{
  "id": "vlaamse-codex-belastingen",
  "code": "VCF",
  "naam": "Vlaamse Codex Fiscaliteit",
  "volledigeNaam": "Vlaamse Codex Fiscaliteit — Titel 2.7 Erfbelasting · Titel 2.8 Schenkbelasting · Titel 2.9 Verkooprecht · Titel 2.10 Verdeelrecht · Titel 2.11 Hypotheekrecht",
  "toepassingsgebied": "Vlaanderen",
  "themas": ["belasting", "erfrecht", "vastgoed", "hypotheek"],
  "bron": "https://codex.vlaanderen.be/Portals/Codex/documenten/1024916.html",
  "versie": "geconsolideerd per 2024-01-01",
  "artikels": [
    {
      "id": "vcf-2-7-1-0-1",
      "nummer": "2.7.1.0.1",
      "titel": "Tarieven erfbelasting",
      "tekst": "Progressief tarief op het netto-aandeel van elke erfgenaam afzonderlijk. Rechte lijn/partner: 3–27%. Broers/zussen: 25–55%. Ooms/tantes/neven/nichten: 35–65%. Anderen: 45–65%.",
      "volledigeTekst": "Art. 2.7.1.0.1. Het tarief van de erfbelasting, geheven op het netto-aandeel dat iedere belastingplichtige verkrijgt, wordt vastgesteld als volgt:\n\nIN RECHTE LIJN EN TUSSEN PARTNERS\n  0,01 EUR – 50.000 EUR      →  3 %\n  50.000,01 EUR – 250.000 EUR →  9 %\n  Meer dan 250.000 EUR        → 27 %\n\nTUSSEN BROERS EN ZUSSEN\n  0,01 EUR – 75.000 EUR       → 25 %\n  75.000,01 EUR – 125.000 EUR → 30 %\n  125.000,01 EUR – 250.000 EUR → 45 %\n  Meer dan 250.000 EUR        → 55 %\n\nTUSSEN OOMS OF TANTES EN NEVEN OF NICHTEN\n  0,01 EUR – 75.000 EUR       → 35 %\n  75.000,01 EUR – 125.000 EUR → 50 %\n  Meer dan 125.000 EUR        → 65 %\n\nTUSSEN ALLE ANDERE PERSONEN\n  0,01 EUR – 75.000 EUR       → 45 %\n  75.000,01 EUR – 125.000 EUR → 55 %\n  Meer dan 125.000 EUR        → 65 %\n\nDe tarieven worden op het belastbare netto-aandeel van elke erfgenaam, legataris of begunstigde afzonderlijk berekend.",
      "trefwoorden": ["erfbelasting", "tarief", "rechte lijn", "partner", "Vlaanderen", "3%", "9%", "27%", "25%", "55%"]
    },
    {
      "id": "vcf-2-7-1-0-2",
      "nummer": "2.7.1.0.2",
      "titel": "Begrip 'partner' — erfbelasting",
      "tekst": "Als 'partner' wordt beschouwd: de echtgenoot; de wettelijk samenwonende; de feitelijk samenwonende die op het ogenblik van overlijden sedert minstens één jaar ononderbroken dezelfde hoofdverblijfplaats deelt.",
      "volledigeTekst": "Art. 2.7.1.0.2. § 1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt als 'partner' beschouwd:\n1° de echtgenoot;\n2° de persoon die met de erflater wettelijk samenwoont op het ogenblik van het overlijden;\n3° de persoon die met de erflater feitelijk samenwoont, voor zover hij op het ogenblik van het overlijden sedert minstens één jaar ononderbroken dezelfde hoofdverblijfplaats deelt met de erflater en er zijn hoofdverblijfplaats heeft gevestigd.\n\n§ 2. Personen die met de erflater in de rechte opgaande lijn verbonden zijn, worden niet als 'partner' beschouwd, zelfs indien zij de hoofdverblijfplaats deelden.",
      "trefwoorden": ["partner", "erfbelasting", "samenwonende", "wettelijk samenwonend", "feitelijk samenwonend", "één jaar"]
    },
    {
      "id": "vcf-2-7-2-0-1",
      "nummer": "2.7.2.0.1",
      "titel": "Belastbare grondslag — actief",
      "tekst": "De erfbelasting wordt berekend op de nettowaarde van de goederen die elke erfgenaam verkrijgt: de verkoopwaarde op datum van overlijden, verminderd met de aftrekbare schulden en lasten.",
      "volledigeTekst": "Art. 2.7.2.0.1. § 1. De erfbelasting wordt berekend op het netto-aandeel dat iedere erfgenaam, legataris of begunstigde in de nalatenschap verkrijgt.\n\n§ 2. Het netto-aandeel is gelijk aan de verkoopwaarde van de verkregen goederen op de dag van het overlijden, verminderd met het aandeel van de belastingplichtige in de schulden en lasten van de nalatenschap die aftrekbaar zijn.\n\n§ 3. Als verkoopwaarde van onroerende goederen geldt de venale waarde op de dag van het overlijden. Als er een schattingsverslag is opgemaakt of als de belastingplichtige een lagere waarde aangeeft, kan de Vlaamse Belastingdienst (VLABEL) een tegensckatting laten uitvoeren.\n\n§ 4. De roerende goederen worden aangegeven aan hun verkoopwaarde op de dag van het overlijden. Genoteerde effecten worden gewaardeerd op basis van de slotkoers op de dag van het overlijden of de dag ervoor.",
      "trefwoorden": ["grondslag", "netto-aandeel", "verkoopwaarde", "erfbelasting", "actief", "VLABEL", "venale waarde"]
    },
    {
      "id": "vcf-2-7-2-0-2",
      "nummer": "2.7.2.0.2",
      "titel": "Aftrekbare schulden — passief",
      "tekst": "Van de belastbare massa worden afgetrokken: de schulden van de overledene, de begrafeniskosten (forfait of bewezen), en de kosten van de aangifte.",
      "volledigeTekst": "Art. 2.7.2.0.2. § 1. Van de bruto-nalatenschap mogen worden afgetrokken:\n1° de eigenlijke schulden van de overledene die bestonden op de dag van het overlijden en die bewijskrachtig zijn;\n2° de begrafeniskosten ten belope van het bewezen bedrag, of bij gebreke van bewijs, een forfaitair bedrag;\n3° de kosten voor de opmaak van de aangifte van nalatenschap;\n4° de kosten voor het beheer van de nalatenschap tijdens de onverdeeldheid.\n\n§ 2. Niet aftrekbaar zijn:\n1° schulden jegens erfgenamen die de nalatenschap aanvaarden;\n2° hypotheken die gevestigd zijn na het overlijden;\n3° schulden betreffende goederen die krachtens een beding ten behoeve van een derde buiten de nalatenschap vallen.",
      "trefwoorden": ["aftrekbare schulden", "passief", "begrafeniskosten", "nalatenschap", "schulden overledene"]
    },
    {
      "id": "vcf-2-7-3-0-1",
      "nummer": "2.7.3.0.1",
      "titel": "Fictieve legaten — schenkingen in de drie jaar",
      "tekst": "Schenkingen gedaan door de overledene binnen de drie jaar vóór overlijden worden geacht legaten te zijn en vallen belastbaar in de erfbelasting, tenzij er al schenkbelasting werd betaald.",
      "volledigeTekst": "Art. 2.7.3.0.1. § 1. De schenkingen die de erflater heeft gedaan binnen de drie jaar vóór zijn overlijden, worden geacht legaten te zijn en zijn onderworpen aan de erfbelasting, behalve:\n1° schenkingen waarvoor een registratierecht of schenkbelasting is geheven;\n2° de gebruikelijke schenkingen (handgiften, bankgiften) voor zover zij in verhouding zijn met het vermogen van de schenker;\n3° schenkingen tussen echtgenoten.\n\n§ 2. Heeft de begiftigde geen erfbelasting te betalen wegens graad van verwantschap, dan zijn de schenkingen uit § 1 toch belastbaar in de nalatenschap als onderdeel van het belastbare actief.\n\n§ 3. De termijn van drie jaar wordt verlengd tot zeven jaar voor schenkingen van roerende goederen die niet geregistreerd zijn, wanneer de schenker overlijdt binnen die periode.",
      "trefwoorden": ["fictief legaat", "drie jaar", "schenking vóór overlijden", "terugname", "handgift", "bankgift", "zeven jaar"],
      "gewijzigd": "2021-01-01"
    },
    {
      "id": "vcf-2-7-4-1-1",
      "nummer": "2.7.4.1.1",
      "titel": "Aangifte van nalatenschap",
      "tekst": "De aangifte van nalatenschap moet worden ingediend bij VLABEL binnen vier maanden na het overlijden (vijf maanden als het overlijden in het buitenland plaatsvond, zes maanden buiten Europa).",
      "volledigeTekst": "Art. 2.7.4.1.1. § 1. De aangifte van nalatenschap wordt ingediend bij de Vlaamse Belastingdienst (VLABEL) door de erfgenamen, legatarissen of begunstigden, of door hun mandataris.\n\n§ 2. De aangifte vermeldt:\n1° de identiteitsgegevens van de overledene en van alle belastingplichtigen;\n2° alle activa en passiva van de nalatenschap;\n3° de verkoopwaarde van alle goederen op de datum van het overlijden;\n4° het erfdeel of legaat van elke belastingplichtige;\n5° de vraag om eventuele vrijstellingen toe te passen.\n\n§ 3. De aangifte wordt in principe opgemaakt door de notaris die is aangesteld voor de vereffening en verdeling van de nalatenschap.",
      "trefwoorden": ["aangifte", "nalatenschap", "VLABEL", "erfgenamen", "notaris", "vereffening"]
    },
    {
      "id": "vcf-2-7-4-2-1",
      "nummer": "2.7.4.2.1",
      "titel": "Indieningstermijn aangifte nalatenschap",
      "tekst": "Termijn: 4 maanden (overlijden in België), 5 maanden (overlijden in Europa), 6 maanden (overlijden buiten Europa). De termijn begint te lopen op de dag van het overlijden.",
      "volledigeTekst": "Art. 2.7.4.2.1. § 1. De aangifte van nalatenschap moet worden ingediend:\n1° binnen vier maanden na de dag van het overlijden, als de erflater in België is overleden;\n2° binnen vijf maanden, als de erflater in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte is overleden;\n3° binnen zes maanden, als de erflater buiten de Europese Economische Ruimte is overleden.\n\n§ 2. Bij betwisting over de bevoegdheid van het gewest begint de termijn pas te lopen na de kennisgeving van de beslissing over de bevoegdheid.\n\n§ 3. De termijn kan op gemotiveerd verzoek worden verlengd door de VLABEL.",
      "trefwoorden": ["aangifte", "termijn", "vier maanden", "vijf maanden", "zes maanden", "overlijden", "VLABEL"]
    },
    {
      "id": "vcf-2-8-1-0-1",
      "nummer": "2.8.1.0.1",
      "titel": "Vrijstelling gezinswoning — langstlevende partner",
      "tekst": "De langstlevende partner is volledig vrijgesteld van erfbelasting op de gezinswoning die zij samen bewoonden op het ogenblik van het overlijden.",
      "volledigeTekst": "Art. 2.8.1.0.1. § 1. De langstlevende partner is vrijgesteld van erfbelasting op de nettowaarde van de gezinswoning die de erflater en de langstlevende partner op het ogenblik van het overlijden samen als hoofdverblijfplaats bewoonden.\n\n§ 2. De vrijstelling geldt voor de volle eigendom, het vruchtgebruik én de blote eigendom van de gezinswoning.\n\n§ 3. Als 'gezinswoning' wordt beschouwd de woning die de erflater en zijn partner samen als hoofdverblijfplaats hadden op de datum van het overlijden. Het tijdelijk verblijf elders wegens medische redenen doet geen afbreuk aan de vrijstelling.\n\n§ 4. De vrijstelling geldt niet voor het gedeelte van de woning dat als beroepslokaal werd gebruikt.\n\n§ 5. Indien de woning mede in eigendom is van derden, is de vrijstelling enkel van toepassing op het aandeel van de erflater.",
      "trefwoorden": ["vrijstelling", "gezinswoning", "partner", "erfbelasting", "Vlaanderen", "langstlevende", "samenwonende"]
    },
    {
      "id": "vcf-2-8-1-0-2",
      "nummer": "2.8.1.0.2",
      "titel": "Vrijstelling familiale onderneming — erfbelasting",
      "tekst": "Verkrijgingen van een familiale onderneming of familiale vennootschap zijn volledig vrijgesteld van erfbelasting mits bepaalde voorwaarden inzake activiteit, aandeelhouderschap en behoud gedurende drie jaar.",
      "volledigeTekst": "Art. 2.8.1.0.2. § 1. Vrijgesteld van erfbelasting zijn de verkrijgingen in volle eigendom, vruchtgebruik of blote eigendom van:\n1° een familiale onderneming: een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwbedrijf of een vrij beroep dat de erflater of zijn familie uitoefende;\n2° aandelen van een familiale vennootschap: een vennootschap met een reële economische activiteit, die de erflater of zijn familie controleerde.\n\n§ 2. Voorwaarden voor de vrijstelling:\na) Activiteitsvoorwaarde: de onderneming of vennootschap heeft een reële economische activiteit en geen overwegend onroerend vermogen;\nb) Participatievoorwaarde: de erflater (of zijn familieleden) bezat minstens 50% van de aandelen of stemrechten;\nc) Behoudsvoorwaarde: de activiteit wordt gedurende minstens drie jaar na het overlijden voortgezet door de verkrijger.\n\n§ 3. De vrijstelling vervalt volledig als de behoudsvoorwaarde niet wordt nageleefd.",
      "trefwoorden": ["vrijstelling", "familiale onderneming", "familiale vennootschap", "erfbelasting", "0%", "drie jaar", "participatie"]
    },
    {
      "id": "vcf-2-8-2-0-1",
      "nummer": "2.8.2.0.1",
      "titel": "Vrijstelling legaten goede doelen",
      "tekst": "Legaten aan erkende vzw's, stichtingen en publiekrechtelijke rechtspersonen zijn vrijgesteld van erfbelasting.",
      "volledigeTekst": "Art. 2.8.2.0.1. Vrijgesteld van erfbelasting zijn de verkrijgingen door:\n1° de Staat, de Gemeenschappen, de Gewesten, de provincies, de gemeenten en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;\n2° erkende vzw's en stichtingen van openbaar nut;\n3° het Rode Kruis van België;\n4° andere instellingen van openbaar nut met zetel in België.\n\nHet tarief voor andere rechtspersonen (niet erkende vzw's, buitenlandse instellingen) bedraagt 8,5 % op het volledige legaat.",
      "trefwoorden": ["vrijstelling", "vzw", "stichting", "goed doel", "legaat", "8.5%", "openbaar nut"]
    },
    {
      "id": "vcf-2-8-4-1-1",
      "nummer": "2.8.4.1.1",
      "titel": "Schenkbelasting — tarief roerende goederen",
      "tekst": "Vlak tarief: 3% in rechte lijn en tussen partners; 7% in alle andere gevallen. Van toepassing op het gehele bedrag, geen progressiviteit.",
      "volledigeTekst": "Art. 2.8.4.1.1. Het tarief van de schenkbelasting voor roerende goederen wordt vastgesteld als volgt:\n\n  In rechte lijn en tussen partners:  3 %\n  In alle andere gevallen:            7 %\n\nDit vlakke tarief geldt ongeacht de omvang van de schenking.\n\nSamentelling: schenkingen van dezelfde schenker aan dezelfde begiftigde worden samengeteld als zij plaatsvinden binnen drie jaar (verlengd tot zeven jaar voor niet-geregistreerde schenkingen). De samentelling leidt enkel tot een herberekening als het tarief daardoor hoger zou zijn.",
      "trefwoorden": ["schenkbelasting", "roerend", "3%", "7%", "vlak tarief", "samentelling", "drie jaar"]
    },
    {
      "id": "vcf-2-8-4-1-2",
      "nummer": "2.8.4.1.2",
      "titel": "Schenkbelasting — tarief onroerende goederen",
      "tekst": "Progressief tarief. Rechte lijn/partner: 3–27%. Anderen: 25–55%. Samentelling van schenkingen binnen drie jaar.",
      "volledigeTekst": "Art. 2.8.4.1.2. Het tarief van de schenkbelasting voor onroerende goederen wordt vastgesteld als volgt:\n\nIN RECHTE LIJN EN TUSSEN PARTNERS\n  0,01 EUR – 150.000 EUR       →  3 %\n  150.000,01 EUR – 250.000 EUR →  9 %\n  250.000,01 EUR – 450.000 EUR → 18 %\n  Meer dan 450.000 EUR         → 27 %\n\nIN ALLE ANDERE GEVALLEN\n  0,01 EUR – 150.000 EUR       → 25 %\n  150.000,01 EUR – 250.000 EUR → 30 %\n  250.000,01 EUR – 450.000 EUR → 40 %\n  Meer dan 450.000 EUR         → 55 %\n\nSamentelling: schenkingen van dezelfde schenker aan dezelfde begiftigde van onroerende goederen worden samengeteld als zij plaatsvinden binnen drie jaar na de vorige schenking.",
      "trefwoorden": ["schenkbelasting", "onroerend", "3%", "9%", "18%", "27%", "25%", "55%", "samentelling"]
    },
    {
      "id": "vcf-2-8-4-2-1",
      "nummer": "2.8.4.2.1",
      "titel": "Vrijstelling familiale onderneming — schenkbelasting",
      "tekst": "Schenkingen van familiale ondernemingen en familiale vennootschappen zijn vrijgesteld van schenkbelasting mits identieke voorwaarden als bij erfbelasting (activiteit, participatie, behoud 3 jaar).",
      "volledigeTekst": "Art. 2.8.4.2.1. § 1. Vrijgesteld van schenkbelasting zijn schenkingen in volle eigendom, vruchtgebruik of blote eigendom van:\n1° een familiale onderneming;\n2° aandelen van een familiale vennootschap.\n\n§ 2. De vrijstelling geldt zowel voor roerende als voor onroerende bestanddelen die deel uitmaken van de onderneming.\n\n§ 3. Voorwaarden (cf. art. 2.8.1.0.2 voor de erfbelasting):\na) De onderneming of vennootschap heeft een reële economische activiteit;\nb) De schenker en zijn familie bezaten minstens 50% van de aandelen of stemrechten;\nc) De activiteit wordt minstens drie jaar na de schenking voortgezet.\n\n§ 4. Attest van de Vlaamse Belastingdienst: de schenkbelastingvrijstelling vereist een voorafgaand attest van VLABEL dat bevestigt dat aan de voorwaarden is voldaan.",
      "trefwoorden": ["vrijstelling", "familiale onderneming", "schenkbelasting", "0%", "VLABEL", "attest", "drie jaar"]
    },
    {
      "id": "vcf-2-8-6-1-1",
      "nummer": "2.8.6.1.1",
      "titel": "Aangifte schenking onroerend goed",
      "tekst": "Schenkingen van onroerende goederen moeten verplicht bij authentieke notariële akte worden vastgesteld en worden geregistreerd. De schenkbelasting is verschuldigd op de datum van de akte.",
      "volledigeTekst": "Art. 2.8.6.1.1. § 1. Schenkingen van onroerende goederen moeten worden vastgesteld bij authentieke akte voor een notaris en worden geregistreerd op het bevoegde kantoor van de Vlaamse Belastingdienst.\n\n§ 2. De schenkbelasting is verschuldigd op de datum van de authentieke akte.\n\n§ 3. De notaris is verplicht de akte ter registratie aan te bieden binnen de wettelijke termijn van vier maanden na de datum van de akte.\n\n§ 4. De schenkbelasting moet worden betaald vóór de aanbieding ter registratie.",
      "trefwoorden": ["aangifte", "schenking", "onroerend", "notariële akte", "registratie", "vier maanden"]
    },
    {
      "id": "vcf-2-8-7-1-1",
      "nummer": "2.8.7.1.1",
      "titel": "Aangifte schenking roerend goed — termijn",
      "tekst": "Een handgift of bankgift van roerende goederen is niet verplicht te registreren, maar kan vrijwillig worden geregistreerd (3% of 7%). Registratie fixeert de datum en voorkomt de erfbelasting bij overlijden binnen de verdachte periode.",
      "volledigeTekst": "Art. 2.8.7.1.1. § 1. Schenkingen van roerende goederen hoeven niet bij authentieke akte te worden vastgesteld en zijn niet verplicht ter registratie aangeboden.\n\n§ 2. Vrijwillige registratie van een schenking van roerende goederen:\n- geeft een vaste datum aan de schenking;\n- sluit de toepassing van art. 2.7.3.0.1 (fictief legaat) uit;\n- is onderworpen aan een tarief van 3% (rechte lijn/partner) of 7% (anderen).\n\n§ 3. Niet-geregistreerde schenkingen van roerende goederen die plaatsvonden binnen drie jaar (of zeven jaar voor bepaalde schenkingen) vóór het overlijden van de schenker worden fictief teruggenomen in de nalatenschap.",
      "trefwoorden": ["handgift", "bankgift", "roerend", "registratie", "drie jaar", "zeven jaar", "fictief legaat", "vrijwillig"]
    },
    {
      "id": "vcf-2-9-1-0-1",
      "nummer": "2.9.1.0.1",
      "titel": "Verkooprecht — algemeen tarief en verlaagd tarief",
      "tekst": "Tarief: 12% op de verkoopwaarde. Verlaagd tarief van 3% voor de enige eigen woning (klein beschrijf, KI-grens). Abattement van 15.000 EUR bij overschrijding KI-grens.",
      "volledigeTekst": "Art. 2.9.1.0.1. § 1. Het verkooprecht bedraagt 12 % van de verkoopwaarde van het onroerend goed.\n\n§ 2. VERLAAGD TARIEF (3%) — Klein beschrijf:\nHet tarief van 12 % wordt vervangen door 3 % indien:\n1° de verkrijger de woning als enige en eigen woning wenst te betrekken;\n2° de verkrijger op het ogenblik van de aankoop geen andere woning of bouwgrond volledig in volle eigendom bezit;\n3° de woning als hoofdverblijfplaats wordt betrokken binnen drie jaar na de akte.\n\nHet kadastraal inkomen (KI) mag niet hoger zijn dan:\n  745 EUR   (geen kinderen ten laste)\n  845 EUR   (1 of 2 kinderen ten laste)\n  945 EUR   (3 of 4 kinderen ten laste)\n1.045 EUR   (5 of meer kinderen ten laste)\n\n§ 3. ABATTEMENT (bij overschrijding KI-grens):\nVoldoet de verkrijger aan de voorwaarden van § 2 maar overschrijdt het KI de limiet, dan wordt een abattement van 15.000 EUR toegepast op de berekeningsbasis voor het verkooprecht.\n\n§ 4. BOUWGRONDEN:\nHet verlaagd tarief is enkel van toepassing op bestaande woningen, niet op bouwgronden.",
      "trefwoorden": ["verkooprecht", "12%", "3%", "klein beschrijf", "KI", "abattement", "enige woning", "bouwgrond"],
      "gewijzigd": "2024-01-01"
    },
    {
      "id": "vcf-2-9-4-0-1",
      "nummer": "2.9.4.0.1",
      "titel": "Meeneembaarheid verkooprecht (portabiliteit)",
      "tekst": "Bij de aankoop van een nieuwe woning na de verkoop van een vorige eigen woning kan het eerder betaalde verkooprecht worden meegenomen (in mindering gebracht). Maximum: 13.000 EUR (verlaagd tarief) of 10.000 EUR (normaal tarief).",
      "volledigeTekst": "Art. 2.9.4.0.1. § 1. De meeneembaarheid (portabiliteit) laat toe dat het verkooprecht dat werd betaald bij een vorige aankoop van een woning, in mindering wordt gebracht van het verkooprecht dat verschuldigd is bij een nieuwe aankoop.\n\n§ 2. Voorwaarden:\n1° de vorige woning werd verkocht vóór of tegelijk met de nieuwe aankoop;\n2° de nieuwe woning wordt als enige eigen woning betrokken;\n3° de aankoop en verkoop vinden plaats in een Vlaamse gemeente;\n4° maximaal twee jaar mag verstrijken tussen de verkoop van de vorige en de aankoop van de nieuwe woning (of omgekeerd).\n\n§ 3. Maximale meeneembare bedragen:\n  Verlaagd tarief (3%): maximum 13.000 EUR\n  Normaal tarief (12%): maximum 10.000 EUR\n\n§ 4. De meeneembaarheid geldt uitsluitend voor het verkooprecht, niet voor andere rechten (registratierecht, hypotheekrecht, etc.).",
      "trefwoorden": ["meeneembaarheid", "portabiliteit", "verkooprecht", "13.000 EUR", "10.000 EUR", "vorige woning", "twee jaar"]
    },
    {
      "id": "vcf-2-9-3-0-1",
      "nummer": "2.9.3.0.1",
      "titel": "Renovatieabattement",
      "tekst": "Aanvullend abattement van 30.000 EUR op de berekeningsbasis voor het verkooprecht bij aankoop van een te renoveren woning waarvoor een renovatiecontract wordt gesloten.",
      "volledigeTekst": "Art. 2.9.3.0.1. § 1. Naast het abattement van art. 2.9.1.0.1 kan een aanvullend abattement van 30.000 EUR worden toegepast als:\n1° de aankoop betrekking heeft op een bestaande woning;\n2° de verkrijger een renovatiecontract afsluit met een aannemer;\n3° de werken worden uitgevoerd binnen vijf jaar na de authentieke akte.\n\n§ 2. Het renovatiecontract moet betrekking hebben op werkzaamheden die de energieprestatie van de woning aanzienlijk verbeteren.\n\n§ 3. Voorwaarden om in aanmerking te komen:\n- de woning is minstens 15 jaar oud;\n- het renovatiecontract heeft een waarde van minstens 10.000 EUR (exclusief btw).",
      "trefwoorden": ["renovatieabattement", "30.000 EUR", "renovatie", "abattement", "energieprestatie", "vijf jaar"]
    },
    {
      "id": "vcf-2-9-5-0-1",
      "nummer": "2.9.5.0.1",
      "titel": "Tijdelijk verlaagd tarief — ingrijpende energetische renovatie",
      "tekst": "Verlaagd verkooprecht van 6% voor woningen die in aanmerking komen voor een ingrijpende energetische renovatie (label E of F), onder bepaalde voorwaarden.",
      "volledigeTekst": "Art. 2.9.5.0.1. § 1. Een verlaagd tarief van 6 % wordt toegepast op het verkooprecht bij aankoop van een woning:\n1° die een EPC-label E of F heeft op het ogenblik van de aankoop;\n2° waarvoor de verkrijger een verbintenis aangaat om binnen vijf jaar na de authentieke akte een ingrijpende energetische renovatie uit te voeren;\n3° die na de renovatie minstens EPC-label D moet behalen.\n\n§ 2. Het tarief van 6 % is niet cumuleerbaar met het verlaagd tarief van 3 % (klein beschrijf).\n\n§ 3. Indien de renovatieverbintenis niet wordt nageleefd, wordt het saldo van het verkooprecht (verschil tussen normaal tarief en betaald tarief) alsnog opeisbaar.",
      "trefwoorden": ["6%", "energetische renovatie", "EPC-label E", "EPC-label F", "vijf jaar", "verlaagd tarief"],
      "gewijzigd": "2024-01-01"
    },
    {
      "id": "vcf-2-10-1-0-1",
      "nummer": "2.10.1.0.1",
      "titel": "Verdeelrecht — tarief",
      "tekst": "Het verdeelrecht bedraagt 2,5% op de netto-waarde van de in Vlaanderen gelegen onroerende goederen die het voorwerp uitmaken van een verdeling van een onverdeeldheid.",
      "volledigeTekst": "Art. 2.10.1.0.1. § 1. Het verdeelrecht wordt geheven op elke akte of verklaring houdende een gehele of gedeeltelijke verdeling van onroerende goederen die in Vlaanderen gelegen zijn.\n\n§ 2. Het tarief bedraagt 2,5 % op de netto-waarde van de goederen die in de verdeling betrokken zijn.\n\n§ 3. Het verdeelrecht is verschuldigd:\n1° bij de verdeling van een nalatenschap die onroerend goed omvat;\n2° bij de verdeling van een gemeenschappelijk vermogen (ontbinding van een huwelijksgemeenschap of stelsel van scheiding van goederen);\n3° bij de verdeling van een onverdeeldheid die door een vennootschapsakte werd gecreëerd.\n\n§ 4. Vrijgesteld van verdeelrecht zijn:\n- de verdeling tussen voormalige echtgenoten van de voormalige gezinswoning (tarief: 1 %);\n- de toewijzing aan de langstlevende partner van de gezinswoning.",
      "trefwoorden": ["verdeelrecht", "2.5%", "verdeling", "nalatenschap", "onverdeeldheid", "gemeenschappelijk vermogen"]
    },
    {
      "id": "vcf-2-10-1-0-2",
      "nummer": "2.10.1.0.2",
      "titel": "Verdeelrecht — verdeling voormalige gezinswoning",
      "tekst": "Verlaagd tarief van 1% voor de toewijzing van de voormalige gezinswoning bij verdeling na echtscheiding of feitelijke scheiding.",
      "volledigeTekst": "Art. 2.10.1.0.2. In afwijking van art. 2.10.1.0.1 bedraagt het verdeelrecht 1 % bij de toewijzing van de voormalige gezinswoning aan één van de voormalige echtgenoten of voormalige wettelijk samenwonenden, als:\n1° de woning de gezinswoning was op het ogenblik dat de echtscheiding of de beëindiging van de wettelijke samenwoning werd uitgesproken of vastgesteld;\n2° de woning wordt toebedeeld aan de echtgenoot of wettelijk samenwonende aan wie ook het hoofdzakelijk verblijf van de kinderen werd toevertrouwd, óf aan beide voormalige partners samen.",
      "trefwoorden": ["verdeelrecht", "1%", "gezinswoning", "echtscheiding", "feitelijke scheiding", "kinderen"]
    },
    {
      "id": "vcf-2-11-1-0-1",
      "nummer": "2.11.1.0.1",
      "titel": "Hypotheekrecht — tarief",
      "tekst": "Het hypotheekrecht bedraagt 0,3% op het verzekerd bedrag van de hypotheek (hoofdsom + 3 jaar interest + bijkomende kosten). Verschuldigd bij de inschrijving van elke hypotheek.",
      "volledigeTekst": "Art. 2.11.1.0.1. § 1. Het hypotheekrecht wordt geheven op de inschrijving of overschrijving van hypothecaire akten die betrekking hebben op in Vlaanderen gelegen onroerende goederen.\n\n§ 2. Het tarief bedraagt 0,3 % berekend op het verzekerd bedrag dat in de hypothecaire akte is vermeld.\n\n§ 3. Het verzekerd bedrag omvat:\n- de hoofdsom van de gewaarborgde schuld;\n- de interesten over drie jaar (als het hypotheekrecht niet eerder werd betaald);\n- de bijkomende kosten (forfaitair bedrag).\n\n§ 4. Het hypotheekrecht is verschuldigd bij:\n1° de inschrijving van een nieuwe hypotheek;\n2° de verhoging van een bestaande hypotheek;\n3° de verlenging van een bestaande hypotheek na het verstrijken van de inschrijvingstermijn.\n\n§ 5. Vrijgesteld van hypotheekrecht zijn hypotheken gevestigd ten voordele van de Belgische Staat.",
      "trefwoorden": ["hypotheekrecht", "0.3%", "hypotheek", "verzekerd bedrag", "inschrijving", "tarief"]
    },
    {
      "id": "vcf-2-11-2-0-1",
      "nummer": "2.11.2.0.1",
      "titel": "Hypotheekrecht — mandaat en belofte",
      "tekst": "Een hypotheekbelofte of -mandaat is niet onmiddellijk onderworpen aan het hypotheekrecht. Het recht is enkel verschuldigd wanneer het mandaat effectief wordt omgezet in een hypotheek.",
      "volledigeTekst": "Art. 2.11.2.0.1. § 1. Hypothecaire mandaten en beloften van hypotheek zijn niet onderworpen aan het hypotheekrecht op het ogenblik van hun vestiging.\n\n§ 2. Het hypotheekrecht is enkel verschuldigd op het ogenblik waarop het mandaat wordt aangewend en de hypotheek effectief wordt ingeschreven.\n\n§ 3. Het hypotheekrecht wordt in dat geval berekend op het bedrag dat effectief is ingeschreven, niet op het bedrag van het mandaat.",
      "trefwoorden": ["hypotheekrecht", "mandaat", "belofte", "hypotheekbelofte", "inschrijving", "aanwending"]
    }
  ]
}
